Professionele identiteit

Naar een eigen aanpak

Op veel plekken spelen vraagstukken waar perspectieven op zijn, aspecten zijn uitgewerkt, onderdelen geconcretiseerd, maar de totale puzzel nog niet is gelegd. 
Het idee is om op dit soort vraagstukken inhoudelijke expertise, praktijkkennis, advies, onderzoek en begeleidingskunde te combineren en met vijf tot acht organisaties over langere tijd een coalitie te vormen op de rand van theorie en praktijk. Een RPP omvat het totale systeem van vraagarticulatie en onderzoek tot en met ‘improved practice’ en is in de basis wederom een voorbeeld van een ecologisch benadering: Niet het proces van onderzoeken tot innoveren en implementeren in stukken breken maar de betrokkenen met elkaar laten optrekken en van elkaars kwaliteiten gebruik laten maken, in een tempo en op een manier dat past bij het werk. 


Fig.: Schets van de aanpak

In deze aanpak houden we de helderheid van de vierdeling vast, zonder in fasen te werken. We vinden het belangrijk deze processen naast elkaar te laten bestaan, waardoor er dus eerder sprake van niveaus dan van fases. In een RPP bestaan zo vier werkniveaus naast elkaar: onderzoeken, ontwerpen, ontwikkelen en praktiseren. Het zijn geen strikt gescheiden niveaus. Ze lopen in elkaar over. 
Voor meer informatie hierover verwijzen we naar deel 3 van de publicatie Snoeien doet bloeien.

Coalitie, co-financiering, co-creatie

Elke organisatie heeft dus een eigen onderzoeks- en ontwikkelstroom, maar er bestaat ook een uitwisseling in het netwerk. Daarbij maken de organisaties gebruik van elkaars kwaliteiten, elkaars inzichten, de plannen en interventies die eenieder ontwikkelt, en dergelijke. Streven is om niet alleen op het niveau van het onderzoeksteam samen te werken en opgedane inzichten tussen de betrokken organisaties te laten stromen, maar ook van elkaars kwaliteiten gebruik te maken. De ene organisatie kan de andere bijvoorbeeld begeleiden in een eerder opgedane ervaring. Ook kunnen ze elkaars critical friend zijn bij het vormgeven van plannen en interventies. Een RPP vormt dus een coalitie van organisaties die door gedeelde financiering en co-creatie sneller stappen kan maken dan dat elke organisatie individueel kan. 


Fig.: In elkaar grijpen van het proces in de organisatie en in het netwerk

Visualiseren we de impact van deze manier van werken, dan wordt zichtbaar hoe snel de olievlekwerking vorm krijgt en dus ook hoe breed data verzameld kunnen worden, kennis ontwikkeld kan worden en nieuwe inzichten kunnen rouleren. In het onderzoeksteam van rond de 8 professionals zijn alle deelnemende organisaties vertegenwoordigd. Ook een ontwerpteam telt tussen de 6 en 8 professionals. Wij gaan ervan uit dat een netwerk zo’n 5 tot 8 ontwerpteams omvat. De verdere olievlek in elke organisatie is afhankelijk van de manier waarop die betreffende organisatie de niveaus 3 en 4 vormgeeft.


Fig.: Olievlekwerking

ETI

Deze aanpak is een voorbeeld van het hanteren van een aantal principes die de afgelopen jaren door de onderzoekseenheid van Stoas Vilentum (en geïnitieerd en beschreven door Madelon de Beus, Frank de Jong, Rudy Richardson en Manon Ruijters) zijn geformuleerd om een eigen kleur te geven aan het praktijkgerichte onderzoek onder de titel:‘Ecologically Transdisciplinarilly Inspired research’.

De ETI-principes bestaan uit twee basisprincipes en zes aanvullende principes die ook in de RPP van toegevoegde waarde zijn. De basisprincipes ‘verbinding’en ‘transdisciplinariteit’ vormen de ‘grondtonen’ of ‘epistemologische basis’ van ETI. De zes aanvullende principes zijn: wijsheid, zelfkennis, ecologische fout, collectieve ontwikkeling, narrativiteit en natuur.
Meer hierover vindt u hier.

"Life isn't about waiting for the storm to pass, it's about learning to dance in the rain."

Kom in contact!

Whoops, looks like something went wrong.